Verdergaan naar hoofdinhoud

Informatie

Zoeken
De Smelen
Informatie
Ouders
Nieuws uit de groepen
OV
MR
Leerlingenraad
Contact
  
Pictogram voor vergaderwerkruimte

De Smelen > Informatie > Leerlingenzorg

Informatie

Informatie

Er zijn niet meer vergaderingen waaruit u kunt kiezen.

De zorg voor kinderen

1 Nieuwe leerlingen

Ieder kind dat 4 jaar is geworden, mag naar de basisschool. Op de maandag nadat een kind 4 jaar is geworden, laten we de leerling toe op onze school. Vooraf is er contact met de ouders i.v.m. de juiste dag van plaatsing en ook i.v.m. de kijkochtend in de week voorafgaand aan de plaatsing.

Verder worden na afspraak met de schoolleiding het gehele jaar door nieuwe leerlingen ingeschreven en toegelaten, mits dit past in het aannamebeleid dat door het bestuur van onze school is vastgesteld. Ouders kunnen zich laten informeren over de organisatie en de werkwijze van de school. Tevens kunnen ze de "sfeer proeven", desgewenst vragen stellen en de school "in bedrijf" zien.

Van kinderen van een andere school ontvangen wij van die school de informatie om een goede opvang en begeleiding op onze school te bevorderen. Naar aanleiding van die informatie kan een gesprek met de vorige school noodzakelijk zijn. Wij nemen in principe het advies van de vorige school over. Als een leerling van een andere school komt, is een uitschrijfbericht van die school verplicht.

2 Leerlingvolgsysteem

Leerkrachten meten vrijwel dagelijks op een of andere manier de voortgang van hun leerlingen. Planmatig doen we dat ook door regelmatig te toetsen, te observeren en de vorderingen te bespreken. Toetsen van het leerlingvolgsysteem worden in de regel 2 tot 3 keer per jaar afgenomen op verschillende vakgebieden; er ontstaat zo een evenwichtig beeld van het verloop van de ontwikkeling van een kind. Het leerlingvolgsysteem laat duidelijk zien hoe een leerling zich ontwikkelt en hoe zich dat verhoudt tot leerlingen van andere vergelijkbare scholen in Nederland.

We volgen zo op onze school de vorderingen van onze leerlingen nauwkeurig en regelmatig op het gebied van basis-, brede en specifieke ontwikkeling (gr 1 en 2), aanvankelijk en technisch lezen (gr 3 t/m 8), sociaal-emotionele ontwikkeling, rekenen, begrijpend lezen en spelling (gr 3 t/m 8). We hanteren hierbij de landelijk genormeerde toetsen ontwikkeld door het CITO: Centraal Instituut Toets Ontwikkeling.

3 Coördinator leerlingenzorg (interne begeleider)

Als blijkt dat de ontwikkeling van een leerling niet voldoende vooruitgaat, wordt het tijd om in te grijpen. De leerkracht probeert het probleem in beeld te brengen. Na iedere toetsperiode is er een groepsbespreking met de coördinator leerlingenzorg (CLZ), directie en de groepsleerkracht. Kinderen met problemen worden dan besproken. De CLZ helpt vervolgens de leerkracht het probleem beheersbaar te maken door mogelijke oplossingen aan te dragen. Oplossingen worden vertaald naar plannen van aanpak, ook wel handelingsplannen genoemd. Als de kinderen zelfstandig werken in hoeken heeft de leerkracht tijd en ruimte om te werken met de kinderen die het betreft.

4 Schoolbegeleidingsdienst (SBD)

Een aantal leerlingen zal meer begeleiding nodig hebben dan de basisschool zelf in eerste instantie kan bieden. De inschakeling van externe deskundigen is wenselijk: spreekuur/consultatie met schoolbegeleider zal als eerste gebeuren. Tijdens deze bespreking zal de reeds eerder gemaakte diagnose en het uitgevoerde onderzoek opnieuw bekeken worden. Eventueel verbreedt en verdiept de begeleider het onderzoek dat door de CLZ in eerste instantie werd verricht. Op grond van de resultaten en handelingssuggesties van dit onderzoek, stelt de CLZ in overleg met de begeleider een nieuw handelingsplan op. De leerkracht is verantwoordelijk voor de uitvoering van het handelingsplan, maar kan rekenen van directe ondersteuning door CLZ, hulpverlener SBD of andere deskundigen. De ouders worden door de school van dit handelingsplan en de resultaten op de hoogte gehouden.

Voor meer informatie over onze zorgstructuur, verwijzen wij u naar ons zorgplan dat ter inzage ligt bij de Coördinator Leerlingenzorg.

5 Speciale basisschool

Mocht ondanks alle geboden hulp blijken dat we een bepaald kind niet verder kunnen begeleiden of helpen, dan wordt deze leerling na overleg met de ouders en de begeleider van de schoolbegeleidingsdienst aangemeld voor de speciale basisschool. Hiervoor bestaat een vaste procedure in het samenwerkingsverband-WSNS (Weer Samen Naar School) waartoe onze school behoort.

Vanuit het Zorgplatform kan bekeken worden welke vorm van begeleiding er vanuit de Speciale school voor Basisonderwijs ingezet kan worden of dat een andere basisschool mogelijk uitkomst kan bieden. Het Zorgplatform is een voorziening van het samenwerkingsverband, waaraan basisonderwijs en Speciale school voor basisonderwijs (SBO) deelnemen. Een verwijzing naar een Speciale school voor Basisonderwijs passeert altijd eerst de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). Deze commissie toetst de toelating voor SBO op geldigheid en op belopen procedures. De aanvraag voor een beschikking van de PCL voor toelating SBO gebeurt door ouders.

6 Weer Samen Naar School (WSNS)

Kinderen in ons land gaan niet altijd 'samen naar dezelfde school'. Naast het basisonderwijs kennen we de speciale school voor basisonderwijs. Het beleid rondom "weer samen naar school' is er op gericht om zoveel mogelijk kinderen in hun eigen omgeving meer individuele zorg te geven. Onderwijs is dus maatwerk, want elk kind is anders en vraagt op zijn of haar manier specifieke zorg en aandacht. De Wet Primair Onderwijs van 1 augustus 1998 regelt de samenwerking van basisscholen en de nieuwe speciale scholen voor basisonderwijs. Basisscholen gaan dus intensiever samenwerken met speciale scholen voor basisonderwijs. Men draagt de verantwoordelijkheid voor de leerlingen gezamenlijk. De afspraken voor deze samenwerking zijn vastgelegd in het zorgplan dat is terug te vinden in het Vademecum SWV (SamenWerkingsVerband) Valkenswaard.

7 Beleid voor het aannemen van leerlingen met een handicap

Inleiding :

Ons uitgangspunt is dat we ons best willen doen om alle kinderen die bij ons aangemeld worden een leerrijke en veilige plek te bieden op onze school. Om daartoe in staat te zijn zullen we ieder kind de zorg en aandacht moeten kunnen bieden die het nodig heeft.

Bij aanmelding van een kind dat veel extra zorg en aandacht vraagt, zullen we heel zorgvuldig te werk gaan om op basis van de juiste afwegingen tot een goede keuze te komen wat betreft de aanname. In principe kan aanname plaats vinden als we een juiste afstemming kunnen vinden tussen wat een kind van ons vraagt en wat wij als school kunnen bieden. Wij willen hierover met de ouders altijd open en constructief in gesprek gaan. Plaatsing is altijd voor de tijd van een schooljaar. Evaluatie moet duidelijk maken of het verantwoord is voor de betreffende leerling, voor de medeleerlingen en voor de school om in het daarop volgende jaar door te gaan.

De procedure :

 

  1. Bij de aanvraag voor plaatsing van een leerling met een handicap op onze school informeert de directeur van de school de ouders over de geldende toelatingsprocedure. De ouders geven aan waarom ze voor deze aanmelding kiezen en wat hun verwachtingen zijn. Van de ouders wordt verwacht onderzoeksgegevens beschikbaar te stellen.
  2.  Na de aanvraag gaat een onderzoekscommissie bestaande uit de directeur, de CLZ en de betreffende leerkracht de mogelijkheid tot plaatsing onderzoeken.
    a.
    Nagegaan wordt welke extra zorg en aandacht het kind nodig heeft. De commissie maakt gebruik van beschikbare rapporten van verwijzende instanties. Deze rapportage wordt ook besproken met de ambulant begeleider van het REC. Er vindt een nader gesprek met de ouders plaats om hun verwachtingen duidelijk in kaart te brengen.
    A. De onderzoekscommissie kan besluiten dat er nog nader onderzoek moet plaats vinden.
    B. De commissie toetst of de leerling past binnen de criteria die geformuleerd zijn in het aannamebeleid van de school.
  3.  De commissie legt de onderzoeksresultaten vast in een verslag en komt tot de conclusie om wel of niet tot aanname over te gaan.
  4.  De commissie deelt haar bevindingen en conclusie mee aan het team en daarna aan de ouders. Van het gesprek met de ouders wordt een verslag gemaakt dat door de ouders en de directeur (of een ander lid van de commissie) ondertekend wordt. (De school heeft maximaal drie maanden de tijd tussen de aanmelding en de beslissing tot toelating.)
  5.  Als ouders gebruik willen maken van de mogelijkheid tot plaatsing van hun kind wordt met hen het oudercontract dat hiervoor op school gebruikt wordt doorgenomen. Zowel de ouders als de school tekenen dit contract.
  6.  Als tot plaatsing overgegaan wordt, wordt contact opgenomen met het REC en wordt de ambulante begeleiding geregeld.
  7.  De school (CLZ en zo mogelijk de leerkracht bij wie het kind in de groep zal komen) maakt met de ouders afspraken over het onderwijs dat de leerling zal krijgen. Deze afspraken worden vastgelegd in het handelingsplan. De ambulant begeleider wordt gevraagd ondersteuning te bieden bij het maken van het handelingsplan. Een handelingsplan is wettelijk verplicht en moet met de instemming van de ouders worden vastgelegd.
    Een algemene inhoudsopgave voor een handelingsplan kan zijn :
    I. De inzet van de extra formatie (uit het rugzakje).
    II. De inzet van de ouders.
    III. Welke methoden, materialen en hulpmiddelen worden ingezet.
    IV. Waaruit de extra begeleiding van de leerling bestaat.
    V. Welke (leer)doelen op welke termijn worden nagestreefd.
    VI. Pedagogische afspraken.
    VII. Organisatorische afspraken.
    VIII. Wijze van evalueren en overleg met de ouders.
    IX. Afspraken over het vervolgtraject.
    X. Tijdstip van herindicatie. 
  8.  Als daadwerkelijk tot plaatsing is overgegaan, worden de ontwikkelingen periodiek geëvalueerd, volgens de afspraken in het handelingsplan. Jaarlijks wordt geëvalueerd of het verantwoord is het kind een volgend schooljaar door te laten gaan op school. Er dient ook jaarlijks een nieuw handelingsplan opgesteld te worden.

Welke mogelijkheden wij als school hebben om leerlingen die extra zorg behoeven op te vangen:

We proberen ons onderwijs aan te passen aan datgene wat kinderen nodig hebben en van ons vragen. We doen dat op de volgende manier:

  1. Zorg en begeleiding van leerlingen zijn structureel georganiseerd. Zie daarvoor ons zorgplan.
  2.  Op onze school heerst een veilig en prettig pedagogisch klimaat.
    De leerkrachten besteden daar veel  aandacht aan, omdat we het een belangrijke voorwaarde achten om tot ontwikkeling te kunnen komen en te leren. Dat betekent ook dat kinderen mogen zijn wie ze zijn, dat iedereen erbij mag horen en dat kinderen geleerd wordt elkaar te waarderen en te helpen. In dit pedagogisch klimaat zullen leerkrachten en leerlingen een veilige omgeving kunnen bieden aan een leerling met een handicap.
  3.  Over het algemeen wordt op onze school klassikaal gewerkt, maar de behoefte aan uitleg is verschillend bij de kinderen. We proberen daar op de volgende manier aan tegemoet te komen: De klassikale uitleg wordt zo kort en duidelijk mogelijk gehouden. De leerlingen, die daar voldoende aan hebben, kunnen dan zelfstandig aan de slag met hun werk. De leerlingen die graag meer uitleg willen, komen bij de leerkracht aan de instructietafel zitten. Daar krijgen ze de uitleg die ze nodig hebben. Zodra het begrepen is gaan deze kinderen ook zelfstandig bezig met hun werk. Misschien zijn er dan nog een of twee leerlingen over waarmee de leerkracht samen het werk maakt, zodat ze steeds hulp krijgen.
    We noemen dit: werken met een verlengde instructie.
  4.  Op vaste momenten in de week werken de kinderen zelfstandig in hoeken. Ze krijgen dan de ruimte om hun werk zelf te plannen, uit te voeren en te beoordelen. De leerkracht heeft dan de handen vrij om kinderen, die dat nodig hebben, extra begeleiding te geven. Dat kunnen zowel kinderen zijn die extra oefening nodig hebben, als kinderen die extra uitdaging nodig hebben, omdat ze meer aankunnen dan de basisstof van de groep.
  5.  We proberen de taken voor de leerlingen af te stemmen op de mogelijkheden van het kind en er wordt ook ruimte ingebouwd voor eigen keuzes en eigen initiatieven. Kinderen die meer aankunnen, krijgen ook meer of ander werk. We willen dat ons onderwijs voor ieder kind uitdagend is. Met kinderen die minder aankunnen of ander werk nodig hebben wordt rekening gehouden.
  6.  Regelmatig werken de kinderen in groepjes samen aan een taak. Dat kan zijn in tweetallen, maar ook in grotere groepjes. Ze leren dan van en met elkaar, wat minder afhankelijk van de leerkracht.
  7.  We hebben ook een tutorsysteem voor lezen opgezet. Dat wil zeggen dat kinderen uit hogere groepen kinderen uit lagere groepen begeleiden. De oudere leerlingen (tutors) worden door een leerkracht geïnstrueerd om het kind dat ze mogen begeleiden zo goed mogelijk te kunnen helpen. We streven ernaar dat zowel de tutor als de jongere leerling hier profijt van hebben.
  8.  Op systematische wijze (door middel van observatie en toetsing) wordt de ontwikkeling van leerlingen gevolgd, waardoor stagnaties in het leerproces tijdig gesignaleerd kunnen worden. Samen met de coördinator leerlingenzorg worden de gegevens vanuit de signalering geanalyseerd. Voor problemen worden oplossingen gezocht. (Verdere uitwerking in het zorgplan).
  9.  We proberen de extra hulp die kinderen nodig hebben zoveel mogelijk vooraf te geven. Dat betekent dat kinderen extra uitleg krijgen vóórdat de les in de klas aan de orde komt. Ze zijn daardoor in staat met meer zelfvertrouwen en meer kans op succes aan die les te beginnen. We streven ernaar kinderen zoveel mogelijk succeservaringen op te laten doen.
  10.  Voor leerlingen met een handicap wordt de extra formatie die daarvoor beschikbaar gesteld zoveel mogelijk gebruikt om aparte instructie te geven en om de leerling toe te rusten in de groep zinvol bezig te kunnen zijn.
  11.  Waar mogelijk maken we gebruik van stagiaires: onderwijsassistent en Leraar In Opleiding (LIO) om daarmee extra hulp in te kunnen zetten voor leerlingen die dat nodig hebben.
  12.  De organisatie van onze leerlingenzorg is beschreven in ons zorgplan.

Om de zorg binnen de school goed te coördineren en organiseren is er een Coördinator

LeerlingenZorg aangesteld. Het takenpakket van de CLZ is vastgesteld en opgenomen in ons zorgplan.

 

Voorwaarden die wij stellen aan de plaatsing van een leerling, die door zijn/haar handicap extra zorg en aandacht nodig heeft:

· De toelatingsprocedure, zoals eerder beschreven is op de juiste manier doorlopen.

· De school moet gebruik kunnen maken van ambulante begeleiding.

· Het kind moet leerbaar zijn. We willen het kind in zijn/haar ontwikkeling kunnen begeleiden, alleen opvang bieden is niet passend voor de school.

· Het kind moet zindelijk zijn, dan wel er is een oplossing voor handen, waardoor dit geen probleem vormt voor de school.

· Het kind moet zich prettig kunnen voelen in onze schoolsituatie en zich aan kunnen passen aan de klassensituatie.

· Groepsgenoten moeten zich veilig en vertrouwd blijven voelen.

· De afstemming tussen wat het kind nodig heeft en wat de school kan bieden kan worden gevonden.

· De ouders kunnen zich vinden in het contract dat met hen afgesloten dient te worden.

3.8 Rapporten

De kinderen krijgen 3 maal per jaar een rapport mee naar huis. In de groepen 1 / 2 is dit in de vorm van een werkboekje. In de groepen 3 t/m 8 wordt door middel van punten en woordbeoordelingen een beeld gegeven van de ontwikkeling en het functioneren van uw kind op school. In de eerste twee 10-minutengesprekken zullendeze rapporten o.a. onderwerp van gesprek zijn.

3.9 Zitten blijven

Het kan toch gebeuren dat we op onze school tot de conclusie komen dat alle extra inzet onvoldoende effect heeft gehad. Soms nemen we dan in overleg met de ouders en eventueel externe instanties, het besluit om een kind een leerjaar over te laten doen. Doel van het zitten blijven en ook van de speciale begeleiding is dat het kind daarna de basisschool kan afmaken.

3.10 Onderwijskundig rapport bij vertrek

Voor iedere leerling die tussentijds de school verlaat, wordt een onderwijskundig rapport gemaakt dat aan de ouders wordt meegegeven. Dit onderwijskundig rapport wordt ook aan de"nieuwe" school gestuurd.

3.11 Overgang naar het voortgezet onderwijs

In groep 8 worden de kinderen voorbereid op het feit dat zij onze school gaan verlaten en op een school voor voortgezet onderwijs komen.

In oktober is er een algemene informatiebijeenkomst voor ouders.

De leerkrachten van groep 7 en 8 en de directeur stellen een voorlopig schooladvies vast.Er wordt dan gekeken naar de capaciteit, de interesse en motivatie van het kind.Dit voorlopige advies wordt hierna met de ouders besproken. In de groep volgt een oriëntatie op de structuur van het voortgezet onderwijs. Deze oriëntatie omvat mondelinge informatie, video en een aantal bezoeken aan verschillende vormen van voortgezet onderwijs. Alle kinderen uit groep 8 nemen in februari deel aan de eindtoets-basisonderwijs van het CITO. In februari volgt een tweede gespreksronde rondom het advies waarin we voor ieder kind een definitief advies geven.