Waar onze school voor staat.
Onze missie:
Basisschool St. Andreas is een school waar ieder kind zich in de eigen omgeving op een actieve en uitdagende manier kan ontwikkelen tot een zelfstandig denkend persoon.
Belangrijke kenmerken van onze school.
Om deze missie te kunnen realiseren moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan en streven we een aantal doelen na.
Dit hebben we ondergebracht in zeven pijlers, die de uitgangspunten van ons onderwijs zijn.
-
Een veilige sfeer, gebaseerd op wederzijds respect en vertrouwen.
-
Op basis van gemeenschappelijke waarden en normen begeleiden we de sociaal emotionele ontwikkeling.
-
Leren doen we van en met elkaar, startend in de eigen vertrouwde omgeving.
-
Leren begint met het goed kennen van jezelf. Vanuit een goed zelfbeeld kan het kind leren steeds meer de eigen ontwikkeling te sturen.
-
We creëren een uitdagende leeromgeving waarin het kind zelf keuzes leert te maken en daar ook de verantwoordelijkheid voor te dragen.
-
We stemmen zo optimaal mogelijk af op de mogelijkheden en behoeften van het kind.
-
We werken continu aan een optimale kwaliteit van ons onderwijs.
1. Een veilige sfeer gebaseerd op wederzijds respect en vertrouwen.
Ieder kind of volwassene functioneert het best als hij zich veilig voelt. Veilig in de vertrouwde omgeving van de school, met volwassenen en kinderen die elkaar respecteren. Iedere mens is anders, maar juist in dat ‘anders zijn’, zijn we uniek. Dit ‘anders zijn’ biedt ook weer de mogelijkheden om van elkaars kwaliteiten gebruik te maken om te groeien.
Vanuit een positieve benadering gaan we met de kinderen in gesprek. Samen problemen aanpakken om te zoeken naar oplossingen. Maar ook samen afspraken maken, die dus door iedereen worden begrepen en waar we elkaar aan houden. Verder hanteren we het Pestprotocol en de principes van de Vreedzame school.
2. Op basis van gemeenschappelijke waarden en normen begeleiden we de sociaal emotionele ontwikkeling.
We besteden veel aandacht aan de groei van het waarden- en normbesef bij kinderen door zelf het goede voorbeeld te geven. Leerkrachten gaan met respect en waardering om met de kinderen en vragen dit ook van hen in de omgang met elkaar. Daarnaast gaan we ook met de kinderen in gesprek over wat we belangrijk vinden in de omgang met elkaar en met anderen. Uit deze gesprekken en uit situaties in de praktijk ontstaan afspraken, wat de normen zijn waaraan we in onze omgang met elkaar willen voldoen. Leren houdt voor ons meer in dan het opdoen van kennis alleen. We willen kinderen meer waardevols meegeven dat hen in het leven van pas komt. Daarbij denken we bijvoorbeeld aan: zelfvertrouwen en zelfkennis, goed leren omgaan met anderen, goed leren omgaan met emoties, gebruik kunnen maken van je creatieve mogelijkheden. Kortom: we willen met ons onderwijs een zodanige bijdrage aan de ontwikkeling van de kinderen leveren, dat kinderen straks in staat zijn eigen keuzes te maken. Keuzes waar ze zelf verantwoordelijkheid voor kunnen dragen en die bijdragen aan een gelukkig leven voor zichzelf en voor de mensen om hen heen. Voor het volgen van de sociaal emotionele ontwikkeling en het welbevinden van de kinderen, gebruiken we twee keer per jaar een objectief meet instrument met vragenlijsten voor kind (groep 5 en hoger) en leerkracht.
3. Leren doen we van en met elkaar, startend in de eigen vertrouwde omgeving.
Leren is een interactief proces, dat het best plaats vindt vanuit de vertrouwde omgeving. Vertrouwd zoals het thuis is in het gezin, in de eigen buurt, het dorp en de St. Andreas. Deze vertrouwde veilige omgeving is het uitgangspunt om sámen met leeftijdsgenootjes te leren.
Ieder kind en iedere leerkracht heeft zijn of haar specifieke eigen kwaliteiten en inbreng. Samen weet je meer dan alleen, en daardoor kunnen we veel van elkaar leren. Daarom werken we als team intensief samen en proberen we ook daadwerkelijk, ‘Ouders als Partners’ in ons onderwijs te betrekken. We proberen dit ook bij de kinderen te stimuleren door bewust situaties te creëren waarbij de kinderen moeten samenwerken om tot het beoogde resultaat te komen. Vooral bij verwerkingsopdrachten en tijdens de wereld oriënterende en creatieve vakken, zien we hier mogelijkheden voor. Maar ook bij het elkaar helpen om tot een goede oplossing te komen bij reken- en taal- vraagstukken.
4. Leren begint met het goed kennen van jezelf. Vanuit een goed zelfbeeld kan het kind leren steeds meer de eigen ontwikkeling te sturen.
Als je weet wat je sterke kanten zijn en welke kanten nog meer ontwikkeld moeten worden, kan je zelf sturing geven aan je ontwikkeling. Dit ‘jezelf kennen’ vraagt heel veel reflectie. Nadenken over jezelf, over je handelen, over je gedrag. “Wat deed ik, wat was het gevolg en hoe kan ik dat een volgende keer beter doen.”
Het is de taak van de leerkracht om een kind te leren naar zich zelf te kijken en zicht te krijgen op de consequenties van zijn of haar handelen. Dit heeft direct resultaat op het gedrag in spel-, speel- en werk- situaties.
Als het zelfbeeld klopt, weet het kind ook zijn sterke kanten op de juiste waarde in te schatten. Dit werkt positief voor het zelfvertrouwen en het welbevinden. Als het kind ook de minder ontwikkelde kanten helder in beeld heeft, wordt overschatting voorkomen en weet hij of zij waar nog aan gewerkt moet worden. Dit vergroot het lerend vermogen van het kind enorm en dus ook de kansen op succes.
5. We creëren een uitdagende leeromgeving waarin het kind zelf keuzes leert te maken en daar ook de verantwoordelijkheid voor te dragen.
We staan ervoor om kwalitatief goed onderwijs te bieden in een zo rijk en uitdagend mogelijke leeromgeving. Hoe interessanter het leren is, hoe meer de kinderen betrokken zijn. Het liefst willen we kinderen leren leren. Daarmee bedoelen we dat we kinderen niet alleen informatie willen aanreiken, maar dat we hen vooral willen leren hoe ze zelf die informatie kunnen vinden, hem toe kunnen passen, verwerken en indien nodig presenteren. Een uitdagende leeromgeving stimuleert kinderen, leerkrachten en studenten om ‘van en met elkaar te leren’! Bij het creëren van die rijke en uitdagende leeromgeving maken we met onze methode voor begrijpend lezen dan ook gebruik van heel actuele teksten. Ook doen we zo veel mogelijk een beroep op de ouders als experts in hun eigen vak- of kennisgebied.
De verantwoordelijkheid voor het leren, ligt uiteindelijk bij het kind. Voor leren op welk gebied dan ook, moet het kind zich open stellen. Het nemen van initiatieven, het maken van keuzes en het dragen van de verantwoordelijkheid voor die keuzes, maakt een essentieel deel uit van dit leerproces. Daarin zullen we de kinderen dan ook nadrukkelijk begeleiden.
6. We stemmen zo optimaal mogelijk af op de mogelijkheden en behoeften van het kind.
De kinderen die op onze school komen, verschillen allemaal in aanleg en ontwikkeling. Daarom wordt regelmatig van ieder kind in kaart gebracht wat hem of haar helpt in het leren. Wat hem stimuleert in zijn ontwikkeling, maar ook wat hem of haar juist belemmert. Wat heeft het kind nodig om zich zo optimaal mogelijk te kunnen ontwikkelen? Welk begeleiding, welke aanpak en welk aanbod heeft het kind of het groepje kinderen nodig? Het ene kind heeft op dit gebied extra hulp of aandacht nodig en het andere kind of groepje kinderen op weer een totaal ander gebied.
Soms gebeurt het geven van extra hulp vooraf, voordat de les in de klas aan de orde komt waardoor kinderen met meer succes aan de les kunnen beginnen. Deze hulp kan echter ook tijdens een verlengde instructie of door een ‘leerkracht’ in een apart groepje gegeven worden. Het komt ook voor dat kinderen werken volgens een individuele leerlijn die afgestemd is op hun specifieke ontwikkeling.
7. We werken continu aan een optimale kwaliteit van ons onderwijs.
We vinden het belangrijk om de kwaliteit van ons onderwijs goed te bewaken en te proberen om steeds een stapje verder te komen in onze schoolontwikkeling. Samen willen we werken aan de verbetering van ons onderwijs als een continu proces. De kwaliteit van de diverse aspecten van ons onderwijs wordt regelmatig gemeten en geëvalueerd. Door jaarlijks het ontwikkelingsplan op te stellen en dit ook daadwerkelijk te evalueren, houden we zicht op onze doelstellingen en in hoeverre wij die hebben kunnen realiseren.
Verder zijn er in de schooljaren 2008-2009 tot en met 2010-2011 nieuwe methoden gekozen voor respectievelijk taal/spelling, begrijpend lezen en voortgezet technisch lezen. Deze methoden sluiten beter aan bij de eisen van deze tijd én bij de eisen die wij stellen aan ons onderwijs. Het heel bewust en kritisch invoeren en volgen van deze methoden, zal zeker een impuls geven aan de kwaliteit van ons onderwijs.